Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg thuis
Heiloo

Ervaringsverhalen


De onderstaande ervaringsverhalen, geschreven door onze vrijwilligers, geven een prachtige weergave van de compassie waarmee onze vrijwilligers de zorg bieden en lichten een tipje van de sluier op over wat onze aanwezigheid  voor onze patiënten en hun naasten kan betekenen. 


Maatje
Bij elke nieuwe inzet is het een bijzonder moment als je voor het eerst aanbelt. Natuurlijk heeft de coördinator al een gesprek gehad met de cliënt en de mantelzorger(s) en daarvan een kort verslag gemaakt, maar hoe het precies zal zijn ervaar je pas als je er zelf bent.
De eerste contacten waren heel open en warm. En dat zou meer dat twee maanden zo blijven. Meneer was bij die eerste keren dat ik er was nog energiek genoeg om zelf de trap naar boven te nemen als hij even wilde rusten. Zelfs zijn we twee keer een korte wandeling door het bos gaan maken. Juist ook in die periode kwamen we erachter hoeveel dingen we gemeen hadden. We waren van dezelfde leeftijd en hadden dus soortgelijke herinneringen aan vroeger. Maar we waren ook liefhebber van dezelfde sport (hij was trouwens daarin veel beter geweest dan ik), hielden beiden van klassieke muziek, van geschiedenis, van oude landkaarten. We namen ons voor om samen naar het 'Huis van Hilde' in Castricum te gaan. Het heeft niet zo mogen zijn. Langzaam ging zijn gezondheid verder achteruit en vlak voor het nieuwe jaar overleed hij.
Zijn uitvaart was veel drukker dan de familie had verwacht. Als zijn maatje (een eretitel die hij mij gaf) was ik daarbij aanwezig. Het was een voorrecht hem te hebben gekend, al was het maar in de laatste twee maanden van zijn leven.

********************************

Zou jij naar Mw. X willen, vroeg de coördinator, eigenlijk wil ze geen man maar ik heb gezegd dat er op het ogenblik in feite geen keus is.
Natuurlijk wil ik dat. Dus stond ik om 9 uur 's morgens naast het bed van een 94 jarige oude dame. 
Ze keek me zeer helder aan en nadat ik me had voorgesteld vroeg ze: in welke hoedanigheid bent u eigenlijk hier?
Ik ben gevraagd via de VPTZ om bij u te zijn zodat in geval van nood ik zou kunnen helpen.
O. Klonk het wat afgemeten.
Kan ik een beker water krijgen? vroeg ze enige tijd later.
Natuurlijk, antwoordde ik.
De beker aanpakkend zei ze:  Thank you.
Your wish is my command.
Ze begon te lachen en vertelde dat haar man dat ook altijd zei. Het ijs was daarmee gebroken en ik vroeg haar of ze een leuke man had gehad.
Ja, met mij had hij meer problemen hoor en ze toverde een brede grijns op haar gezicht.

Na een half uurtje: Zou jij mijn ochtendjas willen geven?
Daar schrok ik een beetje van omdat gezegd was dat mevrouw niet meer uit bed kon komen. Maar wie ben ik dus reik ik haar de jas aan.
Ik moet naar het toilet.
Lukt dat nog?
Nee ik wil op de po-stoel.
Dan zal ik de thuiszorg voor u bellen.
Dat doe ik, maar het kon nog wel even duren voordat die zouden komen.
Maar ik moet nu, kwam er na een paar minuten uit.
Ik haal de po-stoel, help mevrouw uit bed en wil haar op de po zetten. Schaamrood schiet me naar de kaken, helemaal omdat ik weet dat ze eigenlijk geen man aan haar bed wil.
Zonder verder na te denken zeg ik: sla uw armen maar om mijn nek, waarna ik doe wat nodig is.

Na vijf minuten ligt ze weer in bed.
Zo, dat hebben we goed gedaan samen, zei ze.

Bij het afscheid zei ik: Ik vind u een bijzondere vrouw.
Ze wuifde mijn woorden weg: ik ben niet bijzonder.
Het is ook geen deugd om bijzonder te zijn, antwoordde ik. Maar het is wel bijzonder dat een 94 jarige dame op haar sterfbed nog helder van geest is, grapjes maakt en na een slaapje van een uur mijn naam roept terwijl zij me slechts één keer heeft gezien.

Ik kreeg een grote glimlach.

*********************************

Tijdens een van mijn eerste inzetten voor de VPTZ kwam ik terecht bij een ouder echtpaar.  Meneer zorgde al een aantal jaren voor zijn vrouw die ziek was. Maar meneer bleek echter ook ernstig ziek te zijn en lag inmiddels op sterven. Bij mijn binnenkomst werd ik begroet door mevrouw. Zij wees mij de slaapkamer van haar man aan. Ik ben even bij hem gaan kijken, hij lag te slapen. Terug bij mevrouw heb ik haar gevraagd wat zij wilde. Muziek en voorlezen hadden haar voorkeur. Na een tijdje voorgelezen te hebben, vroeg ik aan mevrouw of zij wat wilde drinken. Direct daarop antwoordde meneer dat hij daarvoor ging zorgen. Of ik nu, onmiddellijk, bij hem wilde komen en hem wilde helpen om uit bed te komen. Ja, en daar stond ik dan. Bij een o, zo zieke meneer, die voor zijn vrouw wilde blijven zorgen. Hij vertelde mij dat toen hij in het ziekenhuis lag, hij alleen maar naar huis wilde. Zodra de dokter had gezegd dat hij naar huis mocht, had hij zijn kans waargenomen. Hij kon zijn vrouw echt niet alleen laten. Samen hebben we een kopje koffie voor mevrouw gemaakt. Daarna heb ik meneer weer in bed geholpen. 

***************************

Ik zit bij een mevrouw, zij heeft Parkinson, ze zit in een rolstoel en heeft bijna geen mogelijkheden meer tot bewegen. Het praten wordt ook steeds minder en moeilijker, daarvoor krijgt zij nog training van een logopediste. Tijdens mijn inzet is het bezoek van de logopediste ingepland. Het zal een half uurtje duren en ik heb daar geen bezwaar tegen. Ik nestel mij lekker op de bank met een tijdschrift. Na ongeveer vijf minuten gaat de voordeur open. Ik loop er naar toe en verwacht min of meer een familielid, in ieder geval iemand die de sleutel van het huis heeft. Er is niemand aan de deur. Ik doe de deur dicht, meld dat er niemand is en ga verder met mijn tijdschrift. Na  een tijdje gaat weer de voordeur open. Wederom loop ik naar de deur, niemand, doe hem dicht en zie bij binnenkomst in de kamer nog net dat mevrouw de afstandsbediening van de deur terugstopt.. Ik vraag haar of zij wil dat ik wegga, dat is niet het geval. De logopediste gaat door met waar ze mee bezig was. Weer gaat de deur open. Niemand. Voor mij is het duidelijk, mevrouw heeft geen zin in haar spraakles. Hoe kan zij dit duidelijker maken dan met wat zij doet. Het heeft nog een paar minuten geduurd voordat het ook tot de logopediste doorgedrongen was en zij is toen inderdaad maar opgestapt..... 

******************************

Een inzet die ik niet snel zal vergeten

 De coördinator belde me met de vraag of ze me kon inzetten in een crisissituatie. Nog geen halfuur later kwam ik aan bij een echtpaar. In de voorafgaande nacht was er iets heel ongewoons gebeurd: ze hadden ruzie gekregen. De man, die al lange tijd dag en nacht voor zijn zieke vrouw had klaargestaan was vrij onverwachts helemaal afgeknapt op de situatie. Het ging gewoon niet meer. Nu hadden ze in overleg met de huisarts en de kinderen besloten dat zij haar laatste dagen in het hospice zou gaan doorbrengen. Die beslissing deed pijn, maar het was het beste voor iedereen.

Mevrouw ging slapen en toen gebeurde er iets wonderlijks. Er kwam een soort rust over de hele situatie en meneer en ik gingen in de huiskamer zitten. Vervolgens vertelde meneer aan mij over zijn situatie van dat moment, maar hij ging ook terug in de tijd en vertelde over zijn jeugd en over de verkering die hij kreeg met zijn vrouw. Over de kinderen die er geboren werden, over zijn werk. Hij vertelde zijn levensverhaal aan mij, urenlang. Ademloos luisterde ik naar hem en maar af en toe stelde ik een vraag. Ten slotte zei hij: ‘Wat fijn dat u geweest bent’. Ik zei: ‘Dan zal ik maar eens gaan’. We namen afscheid en ik wenste hem veel sterkte voor de komende tijd. Hij was opgelucht en weer helemaal tot zichzelf gekomen. Toen ik op mijn fiets de straat uitreed keek ik nog even om: hij stond me uit te zwaaien!

Wie ben ik dat ik deze rol op deze dag voor deze man mocht vervullen?

****************************

“Ik heb heel veel verdriet, dat weet u. Maar als het maandagochtend is.....weet u,  het weekend is altijd zo stil, denk ik al.... tja hoe moet ik dat nu zeggen? Dan helpt het als ik denk dat u woensdag komt en dat we dan gezellig praten..... en dat dat ook over de dood mag zijn.

En als er iemand belt die woensdagmiddag wil langskomen dan zeg ik dat dat niet kan omdat u er dan bent.......Is het raar als ik zeg.......maar ik kijk er naar uit als u komt. Ik heb veel verdriet maar niet op woensdagmiddag. Door de gesprekken”

*****************************

Gastvrouw

Op een ochtend ging ik voor een inzet naar een ernstig zieke mevrouw. Via het sleutelkastje kwam ik binnen. Toen ik haar begroette reageerde ze  door te zeggen: "alweer een nieuw gezicht !"
Ik kwam het huis en het leven van deze doodzieke, kwetsbare en afhankelijke vrouw binnen.
“Ja”, zei ik, ” ik kom u gezelschap houden totdat uw dochter er weer is.” Ik kreeg een grote glimlach van haar.
Het was meteen goed. Zo’n vertrouwen. Mevrouw keerde zich weer in zichzelf.

Een tijdje later riep ze: ‘Koffie”.  Ik kon me niet voorstellen dat ze er trek in zou hebben, dus ik ondernam geen actie.
Na verloop van tijd, nu dwingend terwijl ze me aan keek: “Koffie! Koffie!”
Vervolgens ben ik maar koffie gaan zetten, ook voor mezelf.
Haar kopje bleef onaangeroerd staan.

De volgende dag was mevrouw overleden.  Toen pas realiseerde ik me dat ze, zo ontzettend ziek, ook nog aan mij dacht. Ze wilde nog gastvrouw zijn.

*********************

Aan de arm                                                                                                                                                              

“Wat wilt u?” “Even m’n bed uit, ik wil even wat anders.” Ik nam haar mee aan mijn arm, maar het was alsof ik helemaal niemand aan m’n arm had. “Wilt u wat drinken?” “Jus mag ik niet; kopje thee of een glas water is ook goed.” Ik liep vervolgens met haar de hele kamer door. Alles had een verhaal. Ze leidde mij rond en ze vertelde mij aan de hand van haar spulletjes over haar belevenissen. In anderhalf uur werd ik door haar meegenomen in haar leven. Ik bracht haar weer naar bed en had het gevoel dat ik nu wél iemand aan mijn arm had. In zo’n korte tijd zoveel verbondenheid, zoveel intimiteit, zoveel vertrouwen ervaren tijdens de reis door haar leven, terwijl ik haar nooit eerder had gezien. Ze was zo puur. Zij heeft iets heel dieps in mij beroerd, iets heel waardevols. Ze heeft mij die avond de waarde van het leven laten zien. Dit is iets voor mij om te koesteren. 

**************************

Zingen

Een van de VPTZ-vrijwilligers was ingezet bij een terminale patiënt. Hij wist dat het erg moeilijk was om met haar contact te krijgen en had daarom veiligheidshalve de partituur van een concert waaraan hij zijn medewerking zou verlenen, meegenomen om alvast wat in te studeren. Hij begon zachtjes te neuriën en toen de patiënt door haar lichaamstaal liet blijken dat zij dat wel prettig vond, ging hij de liederen zingen. “Het werd een onvergetelijke middag”, aldus de vrijwilliger, “ik heb alle partijen die ik in het concert moest zingen, bij haar gezongen. En ook nog alle liederen uit ons laatste concert!”

 **************************

Poes

Van mijn coördinator kreeg ik een inzet bij een mevrouw van mijn eigen leeftijd.
Op de fiets naar de eerste ontmoeting ging er wel wat door mijn hoofd.
Met het codenummer deed ik de deur open en trof een klein lief mens in bed aan.
Door het gerommel van de deur was ze wakker geworden.
We hebben kennis met elkaar gemaakt en al gauw vielen leeftijd en ziek-zijn weg.
We besloten elkaar bij de voornaam te noemen.
Over haar naderende einde werd niet gesproken.
Alleen de zorg over wat er met haar kat zou gebeuren en het opmerken van lichamelijke teruggang.
In de weken die volgden, merkte ik toch wel dat ze achteruit ging.
Maar de steeds kleine gesprekjes bleven over de dagelijkse dingen gaan.
En als ze wakker werd, maakte ze zich zorgen over mij dat ze niet gezellig was.
Ik kon haar verzekeren dat dat geen punt was. De enige die ik sprak was de thuiszorg en de nachtzorg.
Het idee dat als ze sliep, er een vreemde kwam, vond ze niet prettig, dus bleef ik telkens tot de nachtzuster kwam. 
De inzet heeft indruk op mij gemaakt, maar mij tevens het goede gevoel gegeven dat ik er kon zijn voor haar.

En de poes? Wel, die is met mij mee gegaan.

************************

Ontmoetingen

Mijn eerste inzet was bij een ouder echtpaar. De man was ernstig ziek en omdat mevrouw het niet meer aankon werd in overleg met de thuiszorg besloten om mijnheer met spoed op te nemen in een verpleeghuis. Omdat dit niet direct gerealiseerd kon worden, werd er een beroep gedaan op de VPTZ. Er werden die zelfde dag nog enkele vrijwilligers ingezet.

Ik was de tweede vrijwilliger die dag en nadat mevrouw haar verhaal uitgebreid had verteld bij mijn voorganger, kon ze het bij mij nog weer een keer kwijt. Mijnheer heb ik helemaal niet gezien, maar ik zal nooit de opluchting van deze vrouw vergeten. Ze voelde zich zo gesteund. Ze was ook heel verdrietig en voelde zich een beetje schuldig, omdat ze haar man niet meer zelf kon verzorgen.

Met een goed gevoel en tuterende oren ging ik ‘s avonds laat naar huis.

**************************

Inzet in verzorgingshuis

Man was ernstig ziek en veel alleen.

Toen ik op het afgesproken tijdstip bij hem kwam, was er bezoek van een verre nicht. De man was een beetje in de war. Hij kende mij niet en was de afspraak vergeten. Er kwamen wel pretlichtjes in zijn ogen bij deze onverwachte belangstelling van twee dames. Toen ik hem een hand gaf, wilde hij die niet meer loslaten. Ik beloofde hem, dat ik de volgende dag terug zou komen. Dat vond hij een goed idee en ik kreeg mijn hand terug.

De dag er na, was hij weer verbaasd: hij kon absoluut niet bevatten wie ik was en waar ik vandaan kwam. Hij viel steeds in slaap, maar er waren ook een paar heldere momenten. Hij maakte graag grapjes en het was zo vanzelfsprekend dat ik daar was. Toen ik afscheid van hem nam wenste hij mij een gelukkig leven toe. Een paar dagen later is hij overleden.

***************************

Een lege spiegel

Bij mijn binnenkomst om zeven uur ’s ochtends, was mijnheer bezig om op te staan, met behulp van de nachtzorg. Normaal blijft hij in bed tot de thuiszorg komt om hem te wassen, maar nu wilde hij eruit.

Een eens forse man, dat was nog te zien, was in een korte tijd ernstig ziek geworden. Hij kon het zelf nog niet geloven dat hem dit overkwam. Wat een voorrecht om in deze fase van een leven bij iemand te mogen zijn. Een lege spiegel zijn waar alles in kan verschijnen. Verdriet als hij terugkijkt op de ziekte van zijn vrouw, angst voor wat er komen gaat, trots op zijn kinderen die zo goed voor hem zorgen, trots op zichzelf en zijn 55-jarige carrière, overgave, humor, vermoeidheid. Vastberadenheid als hij vertelt dat hij heeft besloten de medische behandeling te stoppen omdat dit hem alleen maar zieker maakt.

Ik maak een ontbijtje voor hem klaar. Een broodje paling en een broodje jam. Hij deelt het broodje paling met mij.

Als ik later zijn dochter spreek, laat ze me weten dat ze graag wil dat de vrijwilligers komen op tijdstippen dat haar vader voornamelijk slaapt, zodat hij niet steeds geconfronteerd wordt met vreemde mensen. Zij weet nog niet dat het voor zieken vaak makkelijker is om met een vreemde te praten.

Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg thuis Heiloo -  Laan van Muijs 22 -  1852 RD -  Heiloo
 vptzheiloo@gmail.com - tel. 06 - 17 96 73 89

Powered by SHARK Connect