Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg thuis
Heiloo

 

De onderstaande gedichten werden ingestuurd ter gelegenheid van de gedichtenwedstrijd "Leven naar de dood" t.g.v. het 25 jarig jubileum van VPTZ Heiloo, Limmen, Akersloot


LAAT EEN VONKENREGEN TROOSTEN 

 
Nu er van de dagen

niets te plukken lijkt,

geen blad, geen bloem, geen vrucht,

nu is de boom wel zo gevallen

dat hij het dichtst bij de appels blijft.

 

Nu geen uur, minuut, geen tel

meer telt, staan de wijzers stil.

Gebroken geven ze het foute uur

en is de tijd een open wond

tot helen niet in staat.

 

Nu de spiegel enkel en alleen

zichzelf nog reflecteert,

zelfs niet de woorden op de muur,

schaamt de zon zich voor zijn licht

en schuilt tussen sterren bij de maan.

 

Hoor dan nu dat het in je zit

wat je niet ziet. Hij is niet

het ritselen van bladeren,

niet het klapperen van zeilen op zee.

Hij is de vonk die de lucht aanwakkert tot storm.

 

Voel nu dan dat het in je komt

wat je niet ziet. Hij is niet

het fladderen om je heen.

Niet de vlinder op de bloem vlak voor je.

Hij is de vonk die vleugels aanzet.

 

Luister naar wat in je spreekt

naar wat je niet hoort. Hij is niet

de zinnen in het verhaal,

niet de woorden die je hoort.

Hij is de vonk die adem maakt tot stem.

 

Weet nu dan dat alles in je is.

Die zelfde vonk gaf hij je, die blijft;

eens gegeven blijft gegeven en wat

wegraakt, raak je nooit meer kwijt.

 

Je kent nu de vonk en weet hem bij je.

 

Willum Kraaijeveld, Akersloot

 

 GRENSGEVAL 

Op de grens van herfst en winter

leg ik liefde naast me neer;

sluit ik de deur naar weer een morgen

voel alleen de pijn, het zeer.

 

Op de grens van herfst en winter

kijkt de eenzaamheid mij aan,

laat voorgoed de hoop verdwijnen,

voedt de kou in mijn bestaan.

 

Op de grens van herfst en winter

is herinnering de veer

die mijn huid streelt, warm en teder;

zoals hij deed, telkens weer.

 
Joke Schilling, Heiloo

 

MOEDER 

 

Haar lichaam

uitgemergeld.

Haar zachte witte huid

benadrukt de contouren

van haar skelet.

 

In de schaduwrijke kamer

wacht ze op de dood.

 

In het zonnig plantsoen

een vader

die een vlieger op laat

met zijn zoon.

 

Koosje Wiegman-Nederbragt, Akersloot

 

 

KERKHOFGANG

 

De wereld draait,

Het gras groeit,

De rozen bloeien;

In de verte het geluid van verkeer.

Een hond blaft en is dan stil.

Jij rust.

 

Ik rust even met je mee,

voel me vredig en blij.

Ik heb  niemand nodig,

niemand anders dan mijzelf

 

in dit oerwoud van mijn dromen

is de wereld overbodig,

wandel jij hand in hand met mij.

 

Alleen vandaag, heel even maar.

Daarna ga ik naar de wereld,

ga ik verder, laat je vrij.

 

Joke Schilling, Heiloo

  

 

Het wit op de velden

dat zo manmoedig een poging doet

alles te bedekken;

te verstillen,

te verzachten,

 

stemt juist  weemoedig.

Weten:

het is er nog,

het komt zo weer boven

en gaat nooit meer weg

 

vrieskou in mijn hart.

  

Annemieke Elling, Heiloo

 

ZIEK

 

Ziek en stil ligt daar mijn vader

tussen de lakens van het geleende bed.

Over zijn slaap een blauwe ader.

Ik weet dat hij het deze keer niet redt.

 

 

Vera Philips, Limmen

 

 

 

STERVEN

 

Je ogen kijken al ver

voorbij de horizon

van je bestaan.

 

Je blik is stiller

dan het rimpelloze meer

waarover de schaduw valt.

 

Zacht houd ik je vast

en fluister hoeveel

ik van je houd.

 

Ik streel je grijze haar.

Steeds raak ik je aan.

De afstand is al te groot.

 

Jouw leven vloeit weg

zoals de ebbende zee,

terwijl de vloed mij overspoelt.

 

Uit liefde maar met moeite

laat ik je los

voor je laatste reis.

 

Jouw laatste ademstocht

verstilt mijn tijd voorgoed.

Vandaag begraaf ik jou in mij.

 

Vera Philips, Limmen


  

DE LAATSTE BRIEF

 

Een kwartier voordat ze stierf

schreef ze haar laatste brief.

Op de achterkant van een folder van het Rode Kruis.

Geen familie of kennissen,

dus postpapier was al jaren niet meer in huis.

Ze schreef: “Zuster leg me maar mooi neer,

`k zal vragen dat het u goed moge gaan aan de Heer.

Trek me de nachtpon aan, die ligt in de kast.

Ik heb altijd erg goed opgepast,

Mijn moeder heb ik nooit gekend”.

Deze brief bewaar ik als een document.

 

Ank Sengers-Waanders, Winterswijk

  

U HEBT NOG EVEN

 

“U hebt nog even om te leven.”

Even om te leven?

Even om te leven!

Maar dat kan niet.

Even om te leven.

Hoe moet dat verder met mijn vrouw

na veertien jaren trouw?

Ik wil zo graag verder met haar leven,

en dat is mij nu niet gegeven?

Hoe moet dat met de kinderen

waar ik van houd?

Ik wil geen afscheid nemen

van mijn vrienden, van mijn buurt,

van het huis waarin ik woon.

Ik kan niet leven met:

u hebt nog even om te leven.

 

Cor Blesgraaf, Akersloot

 

 

Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg thuis Heiloo -  Laan van Muijs 22 -  1852 RD -  Heiloo
 vptzheiloo@gmail.com - tel. 06 - 17 96 73 89

Powered by SHARK Connect